CO₂-uitstoot in de winter en zomer

CO₂-uitstoot in de winter en zomer

In deze grafiek zie je het verschil tussen de CO₂-uitstoot in een winter- en zomermaand en zie je welke bronnen daarvoor verantwoordelijk zijn. We maken hierin onderscheid tussen de uitstoot van onze wegen, onze huishoudens (woningen) en onze niet-huishoudens (kantoren, winkels, bedrijven, scholen, ziekenhuizen, etc.).

Wegen

Onder de uitstoot van de wegen verstaan we de uitstoot van het gemotoriseerd verkeer op de snelwegen E40 en E314 (op Leuvens grondgebied) en de uitstoot van gemotoriseerd verkeer op andere wegen op Leuvens grondgebied. De uitstoot van het gemotoriseerd verkeer op Leuvens grondgebied wordt momenteel afgeleid uit jaarlijkse Vlaamse cijfers die evenredig verdeeld worden over de verschillende maanden. Er wordt volop gewerkt aan meer nauwkeurige cijfers.

Huishoudens

De CO₂-uitstoot van de huishoudens is in de winter voornamelijk te wijten aan het gasverbruik en het gebruik van onder andere stookolie en hout (rest) voor het verwarmen van onze woningen. Het elektriciteitsverbruik is constanter en minder afhankelijk van het seizoen. Inwoners blijven het hele jaar door koken en bakken, wassen en drogen, TV kijken en op de computer werken. Ook de diepvries en de koelkast draaien het hele jaar door. Door de kortere dagen in de winter wordt het licht wel wat vaker aangeschakeld; onder andere hierdoor ligt het elektriciteitsverbruik in de winter iets hoger.

Elektriciteit: uitstoot gelinkt aan de productie van elektriciteit die door Leuvense inwoners wordt verbruikt.
Gas: uitstoot gelinkt aan het gasverbruik van Leuvense inwoners voor hun verwarming en warm water.
Rest: uitstoot gelinkt aan het overig verbruik van Leuvense inwoners voor hun verwarming en warm water (bijvoorbeeld op basis van stookolie, hout, etc.).

Niet-huishoudens

Ook bij niet-huishoudens is het gasverbruik voor het verwarmen van onder andere kantoren, winkels, scholen en ziekenhuizen voor het grootste deel verantwoordelijk voor de CO₂-uitstoot. Het elektriciteitsverbruik blijft ongeveer gelijk, omdat bedrijven doorgaans het hele jaar volgens eenzelfde patroon opereren.

Elektriciteit: uitstoot gelinkt aan de productie van elektriciteit die in niet-huishoudens wordt verbruikt, zoals kantoren, scholen, bedrijven, ziekenhuizen, industrie, etc.
Gas: uitstoot gelinkt aan het gasverbruik van niet-huishoudens voor hun verwarming en warm water.
Rest: uitstoot gelinkt aan het overig verbruik van niet-huishoudens, bijvoorbeeld op basis van stookolie en hout. In deze uitstoot zit ook de uitstoot van de landbouw en de CO₂-opname van de natuur verwerkt.