Energie

Energie

De maatschappelijke uitdaging

Het overgrote deel van de energie die we dagelijks verbruiken, is afkomstig uit fossiele energiebronnen. Bij het gebruik van deze fossiele energiebronnen, zoals stookolie, aardgas, kolen, propaan‐ en butaangas (voor verwarming en opwekking van elektriciteit) komen helaas heel wat broeikasgassen vrij. Ze zijn bovendien eindig in voorraad en dus niet duurzaam.

In Leuven verbruiken wij in de eerste plaats energie voor het verwarmen van onze woningen en gebouwen. Op de tweede plaats komt de elektriciteit die we dagelijks verbruiken voor verschillende doeleinden. Denk daarbij aan het verlichten van onze woningen en gebouwen en aan alle elektrische toestellen die we dagelijks gebruiken.

Slechts een derde van de elektriciteit die door de Leuvenaars verbruikt wordt, wordt aangekocht bij een groene stroomleverancier. Groene stroom is elektriciteit die opgewekt wordt aan de hand van duurzame energiebronnen zoals zonne-energie of windenergie. De stroom die in Leuven aangekocht wordt door bedrijven en huishoudens is dus grotendeels grijze stroom die geproduceerd wordt buiten het Leuvense grondgebied uit niet-duurzame en fossiele energiebronnen.

Momenteel is de Leuvense samenleving dus sterk afhankelijk van fossiele energie die buiten het Leuvense grondgebied opgewekt wordt. Om onze CO₂-uitstoot voldoende te doen dalen, moeten we zowel ons energieverbruik als de gebruikte energiebronnen onder de loep nemen.

De aanpak

Uit het wetenschappelijk rapport van Leuven 2030 dat in 2013 werd gepubliceerd, komt een duidelijke aanpak van het Leuvense energieverbruik naar voren. Deze aanpak is gebaseerd op de Trias Energetica, een driestappenplan om tot een duurzaam verbruik te komen:

  • Verminderen van het energieverbruik;
  • Recupereren van reststromen;
  • Hernieuwbare energiebronnen inzetten om aan de resterende energievraag te voldoen.

1. Verminderen van het energieverbruik
Voor de eerste stap, het verminderen van de energievraag, kijken we naar de grootste verbruikers: gebouwen. Hier kunnen we onze CO₂-uitstoot drastisch verlagen door onze gebouwen goed te isoleren (zie ook thema Gebouwen). Bovendien blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat we ons persoonlijk energieverbruik met 10 tot 20% kunnen doen dalen door eenvoudige aanpassingen aan ons gedrag.

2. Recupereren van reststromen
Bij het energieverbruik van verschillende installaties zoals datacenters en vries- en koelhuizen, komt heel wat warmte of koude vrij. Deze warmte of koude kan gerecupereerd worden en elders ingezet worden. Dit kan gebeuren aan de hand van zogenaamde warmtenetten.

Een warmtenet is een netwerk van goed geïsoleerde ondergrondse leidingen dat verschillende locaties met elkaar verbindt. Door de ondergrondse leidingen stroomt water. Wanneer er op één locatie warmte of koude vrijkomt, zal het water in de ondergrondse leidingen op die locatie dezelfde temperatuur aannemen. Het water kan daarna via een computersysteem gestuurd worden naar een andere locatie waar het water de eerder opgenomen warmte of koude weer kan afgeven.

Een voorbeeld van een warmtenet in Leuven vinden we in het sociale bouwproject in de Van Waeyenberghlaan. Daar wordt warmte gewonnen uit het rioolwater (20°C) dat afkomstig is uit Gasthuisberg. De warmte van het rioolwater uit Gasthuisberg wordt via een warmtenet gebruikt om de sociale woningen in de Van Waeyenberghlaan te verwarmen.

Voor het Leuvense grondgebied moet er concreet gekeken worden naar de mogelijkheden om meer van dit soort installaties te realiseren. Deze maatregelen vergen aanzienlijke investeringen in zowel installaties als (nieuwe) regels en procedures en vragen daarom een belangrijk maatschappelijk engagement.

3. Hernieuwbare energiebronnen inzetten om aan de resterende energievraag te voldoen
In 2010 werd minder dan 0,5 procent van de verbruikte energie in Leuven op het Leuvense grondgebied zelf geproduceerd. Deze kleine bijdrage komt van huizen en gebouwen die uitgerust zijn met zonnepanelen en enkele warmtekrachtkoppelingsinstallaties.

Er is nood aan een sterke uitbreiding van onze lokale groene stroomproductie. Als de Leuvense samenleving zelf haar groene stroom produceert, zijn we minder afhankelijk van energie van buitenaf. Dit maakt ons veerkrachtiger en meer autonoom. Om volledig autonoom te zijn, zouden er honderden hectare zonnepanelen of 771 windturbines nodig zijn. Hiervoor is zeker potentieel, al is het Leuvense grondgebied te klein om al deze installaties volledig te realiseren. Het is daarom belangrijk dat we de juiste keuzes maken voor onze resterende energievraag. Door als stad, bedrijf en bewoner te kiezen voor groene stroom kunnen we de CO₂-uitstoot als gevolg van ons energieverbruik sterk verlagen.

Hoe zet Leuven 2030 in op dit thema?

Voor een klimaatneutraal Leuven is een heel andere aanpak van ons energieverbruik nodig. Leuven 2030 wil de stad, bedrijven en inwoners daarom inspireren om meer in te zetten op (lokale) hernieuwbare energiebronnen. Samen willen wij streven naar een stad die volledig op groene stroom draait. Bovendien willen wij de Leuvenaars motiveren om hun energieverbruik onder de loep te nemen en te verminderen waar mogelijk.

Wat kan ik doen?

Als inwoner van Leuven kan je op verschillende manieren bijdragen aan het verminderen van de CO₂-uitstoot. Alle Leuvenaars samen, inclusief de bedrijven en andere instellingen, kopen jaarlijks voor zo’n 250 miljoen euro elektriciteit aan. Efficiënter omspringen met energie kan dus heel wat geld in het laatje brengen. Ga aan de slag met je woning of neem je dagelijkse gewoontes eens onder de loep. Overstappen op groene stroom, de verwarming een graadje lager zetten en het licht steeds uitdoen wanneer je een kamer verlaat, zijn kleine stapjes die helpen om van Leuven een klimaatneutrale stad te maken!

Weten wat je nog meer kan doen? Klik op de groene knop ‘Wat kan jij doen?’!