De Leuvense CO₂-uitstoot in cijfers: Gebouwen

20
July
2026
|
Geschreven door:

De Leuvense CO₂-uitstoot in cijfers: Gebouwen

20
July
2026
|
Geschreven door:

Leuven 2030 volgt sinds 2011 de Leuvense uitstootcijfers op, op basis van verschillende publieke databronnen. Die cijfers zijn vrij beschikbaar, maar Leuven 2030 bundelt ze, plaatst ze in context en licht ze toe. Elk najaar stellen we de volledige update voor tijdens ons ledenevent, met ruimte voor vragen en duiding. Wil je daar graag bij zijn, maak je dan zeker lid. De meest recente volledige cijfers gaan over 2023; de update voor 2024 volgt later dit jaar.

Lees de andere artikels in deze reeks:

Dit artikel lees je het best samen met De Leuvense CO2-uitstoot in cijfers: Energie. De energieprestatie van onze gebouwen en ons energieverbruik zijn immers sterk met elkaar verbonden: hoe beter een gebouw presteert, hoe minder energie nodig is om het comfortabel te verwarmen of te koelen.

Een groot deel van de energie die we verbruiken gaat naar onze gebouwen. Vroeger vooral om ze warm te houden in de winter, vandaag steeds vaker ook om ze koel te houden tijdens hete zomers. Ook airconditioning vraagt immers veel energie. Daarom spelen onze gebouwen een sleutelrol in de omslag naar een klimaatneutraal Leuven.

Hoeveel energie verbruikt een gebouw?

Om gebouwen met elkaar te kunnen vergelijken, bestaat het EPC-label. Dat geeft een score van A tot F en schat hoeveel energie een woning nodig heeft om het volledige gebouw tijdens de winter op een comfortabele temperatuur van 21 graden te houden.

Die score is geen voorspelling van je werkelijke energieverbruik. Dat hangt af van hoe je leeft. Sommige mensen verwarmen hun woning tot 19 graden of verwarmen alleen de leefruimtes. Anderen houden het liever wat warmer. Het EPC is dus geen exacte maat voor het verbruik, maar wel een manier om de energieprestatie van gebouwen onderling te vergelijken.

Een gebouw met een goed EPC-label, bijvoorbeeld A of B, is meestal ook klaar voor duurzame verwarmingssystemen zoals een warmtepomp of een warmtenet. Een klassieke gasketel verwarmt water tot ongeveer 60 à 80 graden Celsius, terwijl een warmtepomp of warmtenet het efficiëntst werkt met water van ongeveer 30 tot 55 graden. Dat kan alleen als een woning voldoende geïsoleerd is. Anders gaat de warmte te snel verloren en blijft het binnen niet comfortabel warm.

Daarom gaan isoleren en overschakelen op duurzame warmte hand in hand. Hoe beter een gebouw warmte vasthoudt, hoe gemakkelijker het zonder fossiele brandstoffen verwarmd kan worden.

Hoeveel energie gebruiken onze gebouwen in Leuven?

Om de uitstoot van gebouwen beter te begrijpen, delen we ze op in drie groepen.

De grootste groep zijn de huishoudens. Dat zijn alle woningen in Leuven: van vrijstaande huizen en rijwoningen tot appartementen.

De tweede groep is de tertiaire sector of handel en diensten. Hieronder vallen onder meer scholen, kantoren, winkels, horecazaken, zorginstellingen en andere gebouwen die een stad doen functioneren.

De derde groep is de industrie. In Leuven gaat het daarbij vooral om de uitstoot die ontstaat door het energieverbruik van industriële gebouwen. Emissies uit productieprocessen zijn niet opgenomen. Leuven telt immers geen zware industrie, zoals staal-, chemie- of autofabrieken.

UZ Leuven (campus Gasthuisberg) en AB InBev zijn niet opgenomen in deze categorie. Door hun omvang vallen ze onder het Europese ETS-systeem (European Emission Trading system), dat de uitstoot van grote bedrijven en instellingen afzonderlijk opvolgt. Zij kopen verplicht CO2-rechten aan in verhouding tot hun uitstoot. Daarom maken ze geen deel uit van deze grafiek.

Broeikasgasemissies Leuvense gebouwen (ton CO2e/jaar)

Sinds 2011 is de uitstoot van broeikasgassen uit Leuvense gebouwen met ongeveer 16% gedaald. Die vooruitgang is vooral te danken aan de huishoudens. Daar is de uitstoot jaar na jaar afgenomen, wat wijst op een duidelijke trend richting energiezuinigere woningen.

Bij de handel- en dienstensector en de industrie blijft de uitstoot over dezelfde periode eerder stabiel. Ook daar wordt geïnvesteerd in energiebesparing en efficiëntere gebouwen, maar de groei van deze sectoren compenseert een groot deel van die winst. Daardoor blijft een duidelijke daling voorlopig uit.

Onze huishoudens in detail

De onderstaande grafiek toont in meer detail hoeveel energie alle Leuvense huishoudens samen jaarlijks verbruiken. De verschillende kleuren geven de verschillende energiedragers weer.

Energieverbruik huishoudens (MWh/jaar)

Elektriciteit wordt vandaag vooral gebruikt voor verlichting, huishoudtoestellen en digitale toepassingen. Slechts een beperkt deel van de elektriciteit dient momenteel om woningen te verwarmen.

Het grootste aandeel is aardgas, dat vooral wordt gebruikt voor verwarming en warm water. Daarnaast is er nog stookolie, waarvan het aandeel gestaag afneemt. De kleinere energiestromen bovenaan de grafiek zijn steenkool, biomassa (bv. hout en pellets), en vloeibaar gas, zoals propaan en butaan.

De cijfers voor aardgas zijn zeer betrouwbaar. Elke woning heeft immers een aardgasmeter waarvan de gegevens via netbeheerder Fluvius worden geregistreerd. Voor stookolie bestaan geen individuele metingen. Daarvoor wordt gewerkt met Vlaamse cijfers die worden omgerekend naar het Leuvense niveau.

De belangrijkste vaststelling is dat het totale energieverbruik van Leuvense gezinnen sinds 2011 met ongeveer 30 procent is gedaald. Dat is opvallend, want in dezelfde periode groeide het aantal inwoners wel van bijna 97.000 naar 103.000.

Daar zijn verschillende verklaringen voor. Woningen moeten vandaag sowieso aan strengere energieprestatienormen voldoen bij nieuwbouw en grondige renovaties. Daarnaast investeren steeds meer gezinnen in isolatie, warmtepompen en zonnepanelen. Ook de manier waarop Leuven groeit speelt een rol. Nieuwe woningen zijn vaker appartementen of studentenkamers dan grote vrijstaande woningen. Bovendien worden ze gebouwd volgens de huidige energienormen. Nieuwe inwoners zorgen daardoor voor een veel kleinere stijging van het energieverbruik dan vroeger.

Om de uitstoot verder te doen dalen, ligt de grootste uitdaging bij het vervangen van aardgas en stookolie door hernieuwbare warmte. Dat kan via collectieve systemen zoals warmtenetten, of via individuele oplossingen, zoals warmtepompen. Het aanleggen van nieuwe warmtenetten verloopt echter traag, want er zijn heel veel factoren waarmee rekening moet gehouden worden, en we hebben er nog niet zoveel ervaring in. Een warmtepomp kan je zelf installeren, en ze worden steeds populairder, beter en goedkoper. Warmtepompen halen warmte uit de buitenlucht of de bodem en werken op elektriciteit.

Dat betekent ook dat een daling van het elektriciteitsverbruik geen doel op zich is. Integendeel: naarmate meer woningen elektrisch verwarmd worden en ook het aantal elektrische auto's en fietsen toeneemt, zal de vraag naar elektriciteit waarschijnlijk stijgen.

In theorie zou een woning ook zonder grondige renovatie fossielvrij verwarmd kunnen worden door simpelweg over te schakelen op een warmtepomp. In de praktijk is dat vaak financieel minder interessant. Elektriciteit is in België namelijk nog altijd duurder dan aardgas. In een slecht geïsoleerde woning moet een warmtepomp daardoor vaak aan staan en verbruikt ze veel elektriciteit, waardoor de energiefactuur kan oplopen.

Daarom werkt de federale overheid aan een zogenaamde ‘taxshift’: een hervorming waarbij elektriciteit goedkoper en aardgas duurder wordt. Door de belastingen op elektriciteit te verlagen en die op aardgas te verhogen, worden warmtepompen aantrekkelijker, ook in woningen die nog niet perfect geïsoleerd zijn. Die hervorming is al langer aangekondigd, maar vanaf januari 2028 wordt de Vlaamse energietaxshift ingevoerd. Die zal elektriciteit goedkoper, en fossiele brandstoffen duurder maken.

Handel- en dienstensector (tertiair) in detail

De onderstaande grafiek toont het energieverbruik van de Leuvense handel- en dienstensector (tertiaire sector), opnieuw met uitzondering van UZ Leuven en AB InBev.

Energieverbruik handel en diensten (MWh/jaar)

Deze sector omvat onder meer scholen, zorginstellingen, winkels, horecazaken, kantoren en andere dienstverlenende organisaties. Vooral onderwijs en kantoren nemen een groot deel van het totale energieverbruik voor hun rekening.

Net als bij de huishoudens toont de onderste donkergrijze band het elektriciteitsverbruik en de band vlak daarboven het aardgasverbruik. De kleinere energiestromen bovenaan de grafiek zijn vloeibaar gas, stookolie en biomassa.

Op het eerste gezicht lijkt het totale energieverbruik de voorbije jaren nauwelijks veranderd. Dat betekent echter niet dat er geen vooruitgang is geboekt. Ook in deze sector wordt geïnvesteerd in energiebesparing, renovatie en efficiëntere gebouwen.

Tegelijk blijft Leuven groeien. In 2023 telde de stad ongeveer 22% meer arbeidsplaatsen dan in 2011. Die groei situeert zich vooral in de kennissector, met onder meer onderwijs, onderzoek en andere dienstverlening. Dat is typisch voor een centrumstad als Leuven, en ook vanwege onze grote universiteit, imec, UCLL, enz.

Die extra activiteit vraagt ook extra gebouwen en extra energie. Daardoor wordt een groot deel van de energiewinst gecompenseerd en blijft het totale energieverbruik ongeveer stabiel. Dat maakt het terugdringen van de uitstoot in deze sector een extra uitdaging.

Groei en uitstoot zijn losgekoppeld

De cijfers tonen dat Leuven de voorbije jaren een belangrijke stap vooruit heeft gezet. Gezinnen gebruiken vandaag aanzienlijk minder energie dan tien jaar geleden, ondanks de bevolkingsgroei. In de handel- en dienstensector blijft het energieverbruik ongeveer gelijk, terwijl het aantal arbeidsplaatsen sterk toenam. Dat bewijst dat economische groei en meer inwoners niet automatisch tot een hoger energieverbruik hoeven te leiden. De uitdaging voor de komende jaren is duidelijk: die positieve evolutie versterken en zo snel mogelijk afscheid nemen van fossiele brandstoffen.

Want energiezuinige gebouwen maken gezinnen, bedrijven en organisaties ook weerbaarder. Wie minder energie nodig heeft of een groter deel van zijn energie lokaal opwekt, is minder kwetsbaar voor schommelende energieprijzen of internationale energiecrisissen. Dat zorgt voor meer zekerheid, stabielere energiekosten en meer energie-autonomie. Investeren in onze gebouwen is daarom niet alleen een keuze voor het klimaat, maar ook een manier om Leuven sterker en beter voorbereid te maken op de toekomst.

Minder uitstoot, meer toekomst

Voor gezinnen blijft de grootste winst liggen in het verminderen van het verbruik van aardgas en stookolie. Dat kan door woningen beter te isoleren en, wanneer het moment zich aandient, over te schakelen op duurzame verwarming zoals een warmtepomp of een warmtenet. Wie daarnaast kiest voor groene stroom of zonnepanelen, verkleint ook de uitstoot van zijn elektriciteitsverbruik.

Voor bedrijven, scholen en andere organisaties geldt min of meer hetzelfde. Een energiezuinig gebouw is een strategische investering. Het biedt meer comfort voor gebruikers, maakt organisaties minder afhankelijk van schommelende energieprijzen en helpt om financiële risico's beter onder controle te houden. Scholen, zorginstellingen en ondernemingen die vandaag investeren, versterken zo niet alleen hun eigen werking, maar ook de weerbaarheid van Leuven als geheel.

Ook de overheid speelt een belangrijke rol. Slimme regelgeving en een energiebeleid dat duurzame keuzes betaalbaar maakt, kunnen de omslag versnellen.

Sinds enkele jaren communiceert stad Leuven een breed aanbod aan ondersteuningsmaatregelen voor haar inwoners via het Klimaathuis. Daaronder vallen bijvoorbeeld leningen, infosessies, technische adviezen en renovatiebegeleidingen. Voor specifieke doelgroepen, zoals VME's of mensen in kwetsbare situaties, worden aparte projecten uitgewerkt.
No items found.

Bronnen: jaarlijkse Leuvense emissiecijfers zoals samengesteld door Jan Aerts.

Headerfoto: ©Jan Crab voor stad Leuven

No items found.

In samenwerking met

No items found.

Gerelateerde doorbraakprojecten

No items found.

Gerelateerde acties

No items found.

Meer lezen

No items found.
No items found.

Gerelateerde evenementen

No items found.