Kan een digitaal platform helpen om gezonde en duurzame voeding toegankelijker te maken voor mensen in kwetsbare situaties? Binnen het Europese FEAST-project testten vier ‘Living Labs’: Prilep, Gent, Oxfordshire en Leuven, innovatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen ontwikkeld en getest worden in de echte wereld. Twee concepten werden uitgediept: een Community Action Platform om sociale interactie te stimuleren en een EcoFoodMap, die het lokale aanbod rond gezonde voeding in kaart brengt. Elke stad mocht deze oplossingen zelf vormgeven volgens de lokale context. In dit artikel laten we de vier steden aan het woord over hun oplossingen.
Vier steden, elk met een eigen aanpak
Sinds 2022 werken de Living Labs in Prilep, Gent, Oxfordshire en Leuven samen aan het ontwikkelen en uittesten van digitale oplossingen. Ze onderzochten hoe digitale communityplatformen kunnen worden ontworpen om interactie, samenwerking en kennisdeling te stimuleren. Daarnaast bekeken de Living Labs hoe ze lokale voedselinitiatieven zichtbaarder konden maken – denk maar aan boerenmarkten, voedselcoöperaties en lokale voedselproducenten.
In elk van deze settings stonden andere doelgroepen en lokale partners centraal, wat telkens vroeg om een aanpak op maat.
Tijdens het eerste jaar lag de nadruk op het beter begrijpen van de doelgroepen en hun noden. Zo bracht Leuven zo’n twintig lokale organisaties samen om te bespreken waar er behoefte was aan betere kennisdeling, meer zichtbaarheid van financieringsmogelijkheden en sterkere verbindingen tussen initiatieven rond gezonde voeding.
In Oxfordshire gingen de Living Labs tijdens co-creatiesessies met kwetsbare gezinnen na welke communicatievormen het best aansluiten bij ouders, terwijl ze in Prilep gesprekken met pedagogen, leerkrachten en kinderopvangmedewerkers organiseerden.
In Gent ging het FEAST-team dan weer in gesprek met lokale organisaties en bracht het bestaande initiatieven en communicatiekanalen in kaart. Die inzichten vormden de basis voor acht unieke, co-creatieve oplossingen, die de voorbije jaren werden ontwikkeld en getest.
Gent: van open platform naar slimmer beheer en eigenaarschap
In Gent werd voor hun EcoFoodMap geen nieuw participatieplatform gebouwd, maar werden bestaande databronnen gebundeld in één overzichtelijke kaart. “We combineerden informatie over duurzame voedselinitiatieven — zoals boerenmarkten en CSA-boerderijen — met data rond voedselhulp, zoals sociale restaurants en voedselverdeling”, vertelt coördinator Ruben Arnaerts.

“Deze kaart is iets minder interactief is dan eerdere initiatieven, zoals het participatieplatform ‘Gent En Garde’, dat dezelfde naam droeg als de lokale voedselstrategie. Gebruikers kunnen niet langer zelf rechtstreeks initiatieven toevoegen, wat in de praktijk zelden of nooit gebeurde. Nieuwe input verloopt via de stad, die deze valideert en toevoegt. Tegelijkertijd blijft de kaart zo ook na het project sowieso in gebruik en top of mind bij de stadsdiensten.”
“Door integratie in de stedelijke IT groeit zo’n voedselkaart uit tot een publieke dienst, in plaats van een tijdelijk project.” – Ruben Arnaerts

Voor het community action platform koos Gent bewust wél voor maximale laagdrempeligheid voor zijn twee focuswijken, de Watersportbaan en Dampoort. “In plaats van een nieuw systeem te ontwikkelen, sloten we aan bij bestaande Facebookgroepen die worden beheerd door de vzw achter de lokale boerenmarkten.”
Die keuze kwam er na gesprekken in de Dampoortwijk, waar lokale organisaties aangaven geen nood te hebben aan een bijkomend digitaal platform. “Veel organisaties vonden elkaar al via buurtvergaderingen, flyers en mond-tot-mondreclame. In de wijk Watersportbaan was het aanbod van gezonde voeding beperkter en was er minder verbondenheid rond voeding. Daardoor bleek een Facebookgroep gekoppeld aan de nieuwe boerenmarkt daar een veel betere oplossing.”
Leuven: co-creatie via een professioneel kennisplatform
In Leuven richtte de trekkende organisatie, Leuven 2030, zich met de EcoFoodMap op de verdere uitbouw van de functionaliteiten en het up-to-date houden van de bestaande voedselkaart. “We hebben dan ook vooral op het community action platform ingezet voor onze co-creatie”, vertelt Leuvens verantwoordelijke Marie Mauer.

Na een oproep aan iedereen die in Leuven werkt rond voeding en kwetsbare groepen, ging het team in gesprek met een twintigtal partnerorganisaties. Daarbij kwamen drie noden duidelijk naar voren: meer kennisdeling, een beter overzicht van subsidiemogelijkheden en sterkere netwerken rond gezonde voeding. De meerwaarde van een verbindend platform als ondersteunend hulpmiddel werd daarmee duidelijk. Nadat de partners verschillende platformopties konden uittesten en feedback geven, viel de keuze op aanbieder Elium. “We wilden vooral vlot en gestructureerd informatie kunnen delen, en deze externe SAAS-oplossing voldeed aan de meeste van onze vereisten”, verklaart Marie.
Door professionals zoals sociaal werkers en buurtcoördinatoren op het platform samen te brengen, hoopt het lokale FEAST-team nu zijn impact bij kwetsbare groepen te versterken.
Oxfordshire: eerst offline, daarna integratie in bestaande tools
De FEAST-afdeling in Oxfordshire koos er bewust voor om geen nieuwe tools te bouwen, maar de EcoFoodMap en een receptenportaal te integreren in de bestaande website Good Food Oxfordshire. “Daardoor bleven de kosten en technische complexiteit beperkt”, deelt programmacoördinator Caroline Welch. Bovendien verminderde het de noodzaak om een nieuw platform te promoten en bleef de administratieve last voor moderatie en het verwijderen van onveilige content beperkt.
Voor interactie en bereik zette het team vooral in op Facebook en Instagram. Die keuze kwam voort uit co-creatiesessies met kwetsbare gezinnen uit de buurt. “De deelnemers vroegen niet om extra apps, maar gaven aan dat ze liever eenvoudige en herkenbare informatie ontvangen via kanalen die ze al gebruiken. Veel ouders zijn dan ook al actief in sociale-mediagroepen van scholen of lokale organisaties.” Korte, visueel aantrekkelijke berichten bleken effectief beter aan te slaan dan uitgebreide geschreven recepten. “Via deze kanalen delen we nu korte receptvideo’s en praktische tips, die we vervolgens ook verspreiden via onze website en YouTube.”

Prilep: aansluiten bij bestaande kanalen en gewoontes
Ook in het Noord-Macedonische Prilep werd resoluut gekozen voor bestaande digitale kanalen zoals Viber en Facebook, die al breed gebruikt worden in de regio. “Die keuze hangt samen met onze doelgroep: ouders van jonge kinderen hebben weinig tijd en reageren vooral op korte, directe communicatie”, legt coördinator Adela Gjorgjioska uit.
“De beste technologie is diegene die je doelgroep al gebruikt.” - Adela Gjorgjioska
Daarnaast ontwikkelde haar team samen met pedagogen, leerkrachten en kinderopvangmedewerkers de Magic Plate; een educatief pakket met interactieve materialen rond gezonde voeding voor kleuterscholen. “Kinderen ontdekken er spelenderwijs gezonde eetgewoonten mee.”
In de nabije toekomst willen ze die inhoud ook integreren in het nationale EDUINO-platform (eduino.mk), zodat ouders en opvoeders er op een meer gestructureerde manier toegang toe krijgen.
Adela Gjorgijoska en haar collega’s testen momenteel ook digitaal gedeelde, visueel aantrekkelijkere kleuterschoolmenu’s via Viber en Facebook. “Vandaag zijn dat vaak eenvoudige zwart-witmenu’s die aan de muur hangen. Door ze aantrekkelijker te maken en digitaal te verspreiden, hopen we ouders meer te betrekken bij de schoolmaaltijden en hen te inspireren om ook thuis gezond te koken.”

Volgens de FEAST-coördinator in Prilep worden kwetsbare groepen online voortdurend blootgesteld aan marketing die goedkope, snelle en ongezonde voeding promoot. “Daarom moeten we digitale tools niet alleen gebruiken om mensen te bereiken, maar ook om die invloeden bloot te leggen, transparanter te maken en er een tegenwicht voor te bieden.”
Ook hun EcoFoodMap op basis van Google Maps werd onlangs gelanceerd. “Daarmee willen we de afstand tussen kleuterscholen en lokale voedselproducenten visualiseren, in de eerste plaats als lobby- en bewustmakingstool.”
Growth hacking: lessen uit de Living Labs
Net zoals bij de ontwikkeling van de EcoFoodMap en het Community Action Platform ontwikkelde elk Living Lab een eigen strategie om doelgroepen niet alleen te bereiken, maar ook langdurig te betrekken.
In Leuven ligt de growth hacking-aanpak in een combinatie van netwerkopbouw, gefaseerde testing en gerichte activatie. “We startten bewust klein, met beperkte testgroepen, en schaalden vervolgens stapsgewijs op”, legt Marie Mauer uit. “De nieuwsbrief speelde daarbij een centrale rol als trigger om lokale professionals, zoals sociaal werkers, naar ons platform te leiden.”

Toen bleek dat gebruikers zelden spontaan het initiatief namen om content op het platform te delen, gooide het Leuvense team het over een andere boeg. “We maakten de overstap van een volledig participatief platform naar een model met meer redactionele sturing. Zo gingen we bijvoorbeeld geregeld zelf op zoek naar mooie verhalen en best practices uit de groep van gebruikers, en ondersteunden hen bij het schrijven en posten ervan. Nieuwsbrieven, updates en bijdragen van ambassadeurs hielpen om lokale professionals opnieuw naar het platform te trekken. Al blijft extra moderatie wel nodig om voldoende interactie te creëren en het platform op termijn op te schalen.”
Tegelijk werd al snel duidelijk dat de echte meerwaarde niet enkel in het platform zelf zat, maar in het proces errond. “Via de fysieke bijeenkomsten, co-creatiesessies en gezamenlijke acties leerden de verschillende partners elkaar pas écht kennen.”
“We zijn zo geprogrammeerd dat we een post met maar twee likes niets waard vinden. Maar als die wél tot actie leidt, is ons doel bereikt.” – Marie Mauer
In Gent ‘hackte’ het team de sociale dynamieken door in te pluggen op wat al werkte: de bestaande Facebookgroepen rond de boerenmarkten. “Dat lokale karakter – met communicatie en concrete activiteiten per wijk – zorgde voor een hoge betrokkenheid”, legt Ruben Arnaerts uit. “In het begin ondersteunde de stad die groepen nog, maar na een tijdje gaven we de controle erover bewust uit handen – aan de buurt.”
De sociale mediagroepen deden ook dienst als testomgeving, waardoor de stad snel feedback kon verzamelen via polls en online interacties. “Tegelijk groeiden ze uit tot plekken voor praktische uitwisseling: bewoners deelden er ideeën om seizoensgroenten te bereiden of wisselden tips uit over hoe ze zich naar de markt verplaatsten. Op die manier ontstond niet alleen meer contact tussen bewoners, maar ook tussen marktkramers en lokale organisaties.”

Prilep zette growth hacking in de praktijk door het creëren van een sneeuwbaleffect. “We werkten samen met het bevoegde ministerie, de gemeente en andere strategische partners”, licht Adela Gjorgjioska toe. “Met ons Magic Plate-spel vertrokken we vanuit één interventie in één kleuterschool, maar uiteindelijk werden de educatieve materialen gebruikt om verzorgers in het hele land op te leiden. Dat bereikten we door samen te werken met het Ministerie van Arbeid en Sociaal Beleid, UNICEF en andere nationale partners.”

In Oxfordshire zat de growth hack in fysieke aanwezigheid en co-creatie op het terrein. “We vroegen ouders, die vaak al een drukke agenda hebben, niet om tot bij ons te komen. In plaats daarvan trokken we samen met vertrouwde gezichten uit de gemeenschap naar bestaande ontmoetingsmomenten, zoals stay-and-play-sessies”, aldus Jessica Kopp.
“Kwetsbare gezinnen hebben geen nood aan extra apps, maar aan eenvoudige, herkenbare content.” – Caroline Welch
Die aanpak vergde meer tijd dan verwacht, maar leverde inzichten op die veel dichter bij de leefwereld van de ouders lagen. “We merkten dat ouders vaak al overweldigd zijn, en geen nood hebben aan allerlei verregaande interventies of nieuwe tools. Dit vormde de basis voor onze verdere acties, zoals het delen van recepten die beter afgestemd waren op gezinnen, maar dan via apps die ze al gebruikten of andere kanalen die hen geen extra tijd kostten.”

Het team bleef daarbij continu observeren, bevragen en bijsturen. Zo schakelden ze lokale ‘community cooks’ in om korte, toegankelijke receptvideo’s te maken. “Door hen te ondersteunen met sociale media-training konden die video’s via meerdere kanalen worden verspreid — van Instagram tot de website en YouTube — en bereikten ze een veel breder publiek dan de klassieke kookworkshops”, vat Caroline Welch hun succesrecept samen.
Gedeelde drempels en inzichten
Natuurlijk is technologie geen toverstaf. “We merkten ook dat onze partners met financiële noden kampen, maar die kan een digitaal platform niet oplossen. We moesten luisteren, maar tegelijkertijd eerlijk zijn over wat we wel en niet konden bieden”, aldus Marie Mauer. Haar medecoördinator Käbi Vanwinkelen van KU Leuven en Dirk Masquillier, directeur van partner SAAMO vzw, blikken terug op de eerste co-creatiesessies met een twintigtal partners. “We merkten al snel dat we te weinig zicht hadden op wat er leefde. We moesten eerst vertragen en investeren in elkaar leren kennen, voordat we digitale stappen konden zetten.”
In Oxfordshire botste het FEAST-team op de ‘academische muur’. Caroline Welch merkte dat de vragenlijsten te lang en complex waren voor kwetsbare ouders, waardoor deelnemers snel afhaakten. “Omdat de methodiek binnen het onderzoek wel op voorhand vastlag, moesten we pragmatisch werken, bijvoorbeeld door met vertrouwenspersonen één-op-één door de vragenlijst te gaan — een tijdsintensieve oplossing met weinig resultaat.” De les? Spreek de taal van je doelgroep en sluit aan bij bestaande contactmomenten. “Duurzame betrokkenheid vraagt bovendien om vertrouwen en een eerlijke waardering van de tijd en inzet van deelnemers.”
In Gent lag de uitdaging in het omzetten van inzichten naar actie. “Een kaart toont waar het aanbod ontbreekt, maar vult die gaten niet zelf op”, merkt Ruben Arnaerts op. De meerwaarde ontstaat pas wanneer inzichten worden vertaald naar concrete initiatieven, zoals de nieuwe boerenmarkt in de Watersportbaanwijk. “Zo ontdekte de beheerder van een volkskeuken dat de nood in haar wijk kleiner was dan gedacht, waarna ze haar werking verplaatste naar een buurt waar de impact groter kon zijn.”
In Prilep lag de belangrijkste les bij de praktische haalbaarheid van digitale interventies. “Je moet de werklast voor partners zo laag mogelijk houden en zelf verantwoordelijkheid opnemen waar nodig”, aldus Adela Gjorgijoska. Door zeer flexibel om te gaan met interne agenda’s en pragmatisch te werken, slaagde het team erin om met uiteenlopende verwachtingen en deadlines om te gaan. Tegelijk wijst ze op een blinde vlek: digitale veiligheid. “Foto’s van kinderen worden nog te makkelijk gedeeld op sociale media. We moeten sterker inzetten op sensibilisering rond privacy en veilig gebruik van digitale tools.”
Wegwijzer voor steden
Voor digitale tools en co-creatie om gezonde voeding te promoten:
1. Veronderstel niets:
Marie Mauer: “Sociale media hebben ons geleerd om succes af te meten aan likes en reacties. Een bericht met weinig interactie lijkt al snel onbeduidend, maar dat betekent niet dat het niet gelezen wordt. Als een post achter de schermen wél tot actie leidt, dan is ons doel bereikt.”
2. Integreer je data in bestaande structuren
“Koppel je voedselkaart aan de IT-omgeving van je stad”, beveelt Ruben Arnaerts aan. “Zo wordt het een blijvende publieke dienst in plaats van een tijdelijk project – en alleen dan heeft zo’n initiatief echt zin.”
3. Gebruik wat er al bestaat
De keuze van Prilep voor Viber en Gent voor Facebook laat zien dat je geen fortuin hoeft uit te geven aan nieuwe software. “De beste technologie is diegene die je doelgroep al gebruikt”, stelt Adela Gjorgjioska. Tegelijk is er geen one size fits all. “Je moet blijven testen, bijsturen en accepteren dat je niet iedereen bereikt”, vult Caroline Welch aan.
4. Wees ook ‘live’ aanwezig
Of het nu gaat om een outreach worker zoals Jessica Kopp in Oxfordshire, lokale trekkers in Gent, sociale werkers in Leuven of kleuterverzorgers in Prilep: je hebt mensen nodig die het verschil maken op het terrein. Of zoals Marie Mauer het zegt: “Technologie is een versneller, géén vervanger. Een digitaal platform begint pas te leven wanneer de offline fundamenten ook goed zitten.”
“We vroegen ouders niet om tot bij ons te komen, maar sloten aan bij momenten waarop ze al samenkwamen.” – Jessica Kopp

Co-funded by the European Union
FEAST is co-funded by the European Union's Horizon Europe research and innovation programme under grant agreement number 101060536. Views and opinions expressed are those of the author(s) only and do not necessarily reflect those of the European Union. Neither the European Union nor the granting authority can be held responsible for them.
UK participant in FEAST (Good Food Oxfordshire) is supported by Innovate UK grant number 10041509 and the Swiss participant in FEAST (FiBL) is supported by the Swiss State Secretariat for Education, Research and Innovation (SERI) under contract number 22.00156.








.jpg)
%20(1).jpg)
.jpg)


.jpg)
.jpg)
.jpg)